Voor de zondagochtend
Ik rijd regelmatig over de Afsluitdijk. Sinds de verbouwing staan bij Den Oever grote glanzende koepels op een rij. Ik dacht dat ze gewoon bij de nieuwe sluizen hoorden. Tot ik eens opzocht wat eronder zit. Het zijn pompen.
Dat vond ik eigenlijk een prachtig beeld. We kunnen eindeloos discussiëren over klimaat en zeespiegelstijging. Op de Afsluitdijk wordt gewoon gemeten. Het IJsselmeer loost zijn overtollige water bij eb naar de Waddenzee. Dat kan zolang het water daar lager staat. Door de stijgende zeespiegel wordt dat verschil kleiner en zijn er steeds minder momenten waarop het water vanzelf weg kan. Tegelijk moet het IJsselmeer grote hoeveelheden water uit de rivieren en het omliggende land kunnen blijven afvoeren.
Dus bouwden we extra spuisluizen en zes enorme pompen. Daar hoeft niemand een mening over te hebben. Het water staat waar het staat. Je meet het verschil, rekent uit hoeveel water eruit moet en bouwt wat daarvoor nodig is.
Misschien trof het me daarom. Terwijl wij elkaar in het publieke debat regelmatig de tent uitvechten over de werkelijkheid, zijn er overal mensen die gewoon met die werkelijkheid aan het werk zijn. Ze meten, rekenen, ontwerpen en bouwen. Daar merken we meestal weinig van.
De afgelopen twintig jaar legden we bij Rotterdam tweeduizend hectare nieuw land in zee aan voor Maasvlakte 2. Langs de grote rivieren werden dijken verlegd, uiterwaarden afgegraven en nieuwe geulen gegraven. Bij Nijmegen kreeg de Waal een tweede arm. Bij IJmuiden kwam een nieuwe zeesluis. Voor de Zuid-Hollandse kust legden we de Zandmotor aan. In het Markermeer maakten we nieuwe eilanden.
En het gaat verder dan grote bouwprojecten. We maken natuur, onderhouden duinen, zuiveren ons afvalwater, vervangen spoor, versterken dijken, bouwen fietspaden en richten steden opnieuw in. Zelfs de Oostvaardersplassen liggen op grond die een mensenleven geleden nog onder het IJsselmeer lag.
Daar zit een enorme gezamenlijke inspanning achter. We brengen er met miljoenen mensen het geld voor op. Ingenieurs rekenen eraan, bestuurders nemen besluiten, bedrijven bouwen het en duizenden mensen onderhouden het daarna. Soms duurt het jaren voordat iets klaar is.
Daarna gebeurt er iets merkwaardigs. We zien collectieve prestaties nauwelijks meer zodra ze onderdeel zijn geworden van ons dagelijks leven. Maasvlakte 2 wordt gewoon Rotterdam. Een gegraven rivierarm wordt landschap. Nieuwe natuur wordt natuur. Een versterkte dijk wordt een dijk. Een vernieuwd station wordt het station waar we ons ergeren omdat de trein drie minuten te laat is.
Wat misgaat zien we onmiddellijk. Wat werkt verdwijnt uit beeld. Voor deze zondagochtend leek het me aardig om daarom eens de andere kant op te kijken. Naar wat er allemaal staat. Naar wat vorige generaties hebben achtergelaten en wat wij daar de afgelopen twintig jaar aan hebben toegevoegd. Naar al die mensen die iedere dag bezig zijn Nederland een beetje beter, veiliger of bruikbaarder achter te laten.
Ik had die gedachte waarschijnlijk niet gehad zonder die koepels op de Afsluitdijk. Ik ben er tientallen keren langsgereden zonder te weten waarvoor ze dienden. Het bleken pompen. En ergens vond ik het geruststellend dat terwijl wij druk met elkaar discussiëren, iemand gewoon naar het water kijkt en zorgt dat ze er staan.