De bedrijfsleider met de villa met zwembad, de fiscale mythe van Vooruit.
De bewering dat een bestuurder fiscaal voordelig zou kunnen genieten van een villa met zwembad van zijn vennootschap, en daardoor aan fiscaal profitariaat zou doen, houdt geen steek.
Dat een regeringspartij die bewering in stand houdt, is verbazingwekkend. Zij die de fiscale regels moeten opstellen, blijken de bestaande niet te kennen. Een beter recept voor een rampzalig economisch klimaat is moeilijk denkbaar.
Wat zijn de feiten:
Een vennootschap kan inderdaad een villa met zwembad kopen en aan haar bestuurder ter beschikking stellen. Het fiscaal regime wijst echter helemaal niet op profitariaat.
De bestuurder wordt belast op een voordeel van alle aard, berekend op basis van het kadastraal inkomen. Dat voordeel ligt meestal lager dan de werkelijke waarde, maar is zeker geen peulschil. Hij kan het ook terugbetalen aan de vennootschap. Geen personenbelasting dan, maar wel een belastbaar inkomen in de vennootschapsbelasting.
De vennootschap kan de kosten aftrekken, maar onder strikte voorwaarden, getuige de vele arresten van de hoven van beroep.
De kosten zijn enkel aftrekbaar als de bestuurder werkelijke prestaties levert die belastbare inkomsten opleveren, of minstens aantoonbaar daartoe strekken. Tegenover de aftrekbare kost staat dus een vorm van belastbaar inkomen. Mocht België een NV zijn, zouden deze kosten voor regeringsleden en hun parlementaire achterban niet aftrekbaar zijn. Zij leiden de NV België immers actief naar het economisch kerkhof, met niet-onderbouwde slogans.
Bovendien zijn niet alle kosten aftrekbaar. Enkel de kosten die een verhuurder normaal zou dragen. Het onderhoud van zwembad en tuin moet de bestuurder zelf bekostigen. Betaalt de vennootschap toch, dan ontstaat een bijkomend belastbaar voordeel van alle aard. Ook die kost is enkel aftrekbaar als ze een bezoldiging vormt voor werkelijke prestaties. De cirkel is dus ook voor de “rijken” en “sterke schouders” rond.
Kous af? Niets is minder waar. De villa blijft eigendom van de vennootschap. Bij verkoop of liquidatie wordt de economische meerwaarde doorgaans belast in de vennootschapsbelasting. Had de bestuurder zelf gebouwd, dan was die meerwaarde doorgaans belastingvrij.
Maar er is meer. De aftrekbare kosten bestaan doorgaans uit afschrijvingen. Die worden bij verkoop, simplistisch gesteld, bij de economische meerwaarde geteld en belast. Dit maakt de eerdere kostenaftrek ongedaan.
De conclusie? De zogenaamd fiscaal voordelige constructie “villa met zwembad” is op het einde van de rit helemaal niet zo voordelig. Ze kan zelfs voordeliger zijn voor de schatkist. Geldelijke bezoldigingen zijn aftrekbaar in de vennootschapsbelasting en belastbaar in de personenbelasting. Daar stopt het verhaal. Bij vastgoed volgt mogelijk nog een belastbare fiscale en/of economische meerwaarde.
En als die meerwaarde naar de bestuurder-aandeelhouder vloeit, is bij een dividend opnieuw roerende voorheffing verschuldigd. Welke gunstregimes gelden laten we buiten beschouwing, aangezien men de regels onophoudelijk verandert, allicht zonder de vorige ten volle te begrijpen.
Gratis is het alleszins niet.